Het mysterie Espelo

Op 1 november 1570 trof het eiland Urk een ware ramp. Enorme vloedgolven, hoger dan die in Zeeland tijdens de Watersnoodramp van 1953, beukten tegen de noordwestkant van het eiland, net zolang tot het dorp Espelo vrijwel geheel in zee verdween. De kapel overleefde de storm maar lag nu op een eilandje voor de kust. Er zat voor de gelovigen niks anders op dan wekelijks de rokken en broekspijpen omhoog te trekken en wadend naar de kerk te gaan.

Kerkgangers onderweg naar de kerk van Espelo (aquarel door Willem Blok)

Het is een blijft een dramatisch verhaal, dat van de kapel van Espelo. Geen wonder dat Stichting Urker Uitgaven onder leiding van snorkelaars Janna en Jelle de Vries samen met Dregteam SOAD, Post Watersport en Louw Kapitein (UK 262) de Vormt afspeurt naar restanten van het verdronken dorp.

Want wat weten we eigenlijk van Espelo? En waarom staat het niet op de archeologische kaarten waar verdronken dorpjes als Nagele, Marcnesse en Fenehuysen wél op te zien zijn?

Volgens Cornelis de Vries was Espele, Espelo of Espelbergh het belangrijkste dorp van het eiland Urck. Het lag waarschijnlijk op een opvallend hoog gedeelte van het toen veel grotere eiland en was wellicht vernoemd naar aanwezige ratelpopulieren of espen. De naam kan echter ook afgeleid zijn van eetspel, een vroeg-middeleeuwse naam voor een rechtsgebied.

Commelin schrijft, dat een, dertig jaar geleden gestorven, Urker wist te vertellen, hoe W.N.W. van het Hooge Klif (de heuvel, waarop het dorp Urk nu ligt) bewoond land was weggespoeld, dat Espelbergh heette. Vijf of zes woningen werden naar Urk verplaatst, waar men toen nog bouwland had. Op en om het Klif huisden konijnen, die later door de zee waren uitgeroeid.” – W.J. Moerman, Verdronken land dat terugkeert, in: de Volksche Wacht, augustus 1941

Vissers en boeren

Aangenomen wordt dat in Espelo vooral boeren woonden die grond bebouwden en koeien hielden. Zij zorgden voor een uitgestrekt ‘lint’ van nederzettingen tegen de flanken van de berg. Er is gesuggereerd dat de Espeloers afkomstig waren van het rond 1300 verdronken Naghele (gelegen tussen Urk en Schokland), dat ook tot het Urker gebied van de Heren van Kuinre hoorde.

Want misschien kent u het verhaal van Naghele nog? Vissers beweerden volgens folkloreschrijver Simon Franke dat ze hun netten scheurden aan de restanten van Naghele.  Dat kan kloppen want eeuwen na de ondergang van Naghele zijn een kandelaar en doopvont opgevist. Het doopvont kwam op Schokland terecht, en verhuisde na de ontruiming van het eiland naar Ommen, waar de Schokker kerk opnieuw werd opgebouwd. Daar is het tot op de dag van vandaag te bewonderen. Naghele bleef nog lang tot de verbeelding spreken: sommigen hoorden bij stormweer de klokken van de verdronken kerktoren luiden…

Het Nagheler zandstenen doopvont, nu in de Rooms Katholieke kerk van Ommen (Foto Harry Woertink)

Centje bijverdienen

Terug naar de kapel van Espelo. Deze kreeg misschien al voor 1245 vanuit het Sint-Odulphusklooster van Stavoren de rechten van een parochiekerk.  Het werd daarmee de hoofdkerk van het eiland. In het Stadsarchief van Kampen is een document uit 1317 te vinden over eigendomsrechten op ‘Vrc in parochia dicta Espelo’. De kerk had een eigen pastoor. Deze werd betaald uit de pacht van het land dat aan het klooster was geschonken en uit inkomsten van kerkelijke ceremonies. De pastoor verdiende een centje bij door schrijfwerk te verrichten voor het eilandbestuur. 

Hoe zag de kapel eruit? Het was volgens De Vries een houten gebouw met een fundament van steen, van verre herkenbaar dankzij een groot, houten kruis. Misschien leek het op die van Wilsum, Overijssels oudste kerk. Een klassiek kerkje, met kleine ramen en een slanke toren met klok, gebouwd van tufstenen.

Tekening van de toren van de kerk in Wilsum, voor de verbouwing van 1899 (https://www.necoma.nl/Wilsum.html)

Espelo kreeg in 1461 een luidklok. Het opschrift op de klok geeft ons een idee van de kapel’s patroonheilige: ‘sunte michale’ (St Michael) en de opdrachtgevers, de kerkmeesters Aelbert Wiicsoen en Heinriic Bolensoen, die ‘deden mi maken’. De Vries suggereert dat de Vrouwe van Urk, Alijt van Kuinre, er misschien bij was toen de pastoor de luidklok inzegende met ‘hillige chrisma’, oftewel zalfolie.

Het oude kerkhof

Jaar in jaar uit kondigde de klok de mis aan. Maar waarschuwde ook de bevolking van Urk tegen onheil. Het Zuiderzeegebied kampte met talloze stormen en overstromingen; ook Urk kon zich maar nauwelijks tegen afkalving beschermen. In het begin van de zestiende eeuw viel het kerkhof ten prooi aan de zee. In 1540 werd het nog in een zeevaardersboek beschreven als ‘dat oude kerkchof bi zuydwesteind van Urck’, dat zich bevond op de plek waar de ‘hoochste boom’ zichtbaar was in een inham in het witte klif. Urk kende net als andere plekken in het gebied kliffen, ontstaan doordat het water happen uit de het keileem nam.

De genadeslag voor Espelo kwam – als de historici het bij het goede eind hebben – in 1570. Op die fatale dag in november begaven talloze dijken aan de Hollandse kust het. Het totale aantal doden lag boven de 200.000. Tienduizenden mensen werden dakloos en verloren hun vee en wintervoorraad. Het is moeilijk voor te stellen hoe angstig deze Allerheiligenvloed voor de Urkers is geweest.  Zijn er mensen en dieren verdronken? We weten het niet. Zochten de mensen een veilig heenkomen in het gebied dat nu de Oude Straat is? Als dat klopt, dan is Espelo de directe voorloper van het bebouwde Urk.

Fragment van een kaart van Lucas Janszoon Waghenaer waarop de kapel op een eilandje voor de kust is ingetekend (datering 1583-1590)

De kapel kwam eenzaam op een eilandje voor de kust te liggen. Op enkele zeekaarten is het eilandje nog te zien, mét trotse toren. Maar ook dat zou niet lang duren.

Verder zegt Commelin, dat W.N.W. van het Klif wel zeventien of achttien huizen in zeventig jaar tijd zijn weggespoeld; zooveel land, ook weiland, ‘als bijna tot in het midden van ’t eyland.’ Ook in het Z.W., waar de schippers met hun schuiten liggen, was voor dertig of veertig jaar veel weiland”. – W. J. Moerman

Kapotte toren

Want al snel was het de beurt aan de kerktoren. Deze stortte in het laatste kwart van de zestiende eeuw in. Gelukkig kon de kerkklok worden gered; deze werd opgeslagen, wachtend op een nieuwe toren. De toenmalige Heer van Urk voelde weinig voor (dure) herbouw. Het eilandbestuur richtte zich tot de Gecommitteerde Raden van West-Friesland, en argumenteerden dat Urk altijd een ‘baken in zee’ was geweest. De toren was dus niet alleen voor hen persoonlijk maar ook voor scheepvaart van belang. Het mocht niet baten.

De Urkers trokken jaar in jaar uit de rokken en broekspijpen omhoog en zetten de kinderen op hun schouders om het stuk water door te waden dat de twee eilanden scheidden. Zij kerkten in een gehavende, torenloze kapel. Als ze het eilandje verkenden kwamen ze de lugubere resten van het kerkhof tegen: vijf stenen doodskisten, verbonden met ijzeren kettingen.

“De Kamper historicus Arent to Boecop, die op het eiland geweest is, schrijft in de tweede helft der 16e eeuw, dat Urk „gans den” is, en rondom door de zee afsloeg. Er was een groote berg geweest, ‘dair nogh een hoek van ys’ en hier had hij in de aarde op het kerkhof vijf steenen doodkisten (dooetvaten) zien staan, die met een ijzeren ketting aan elkaar verbonden waren, ‘wellicke kerrigke syder dye tyt de zee oik omme ghesloeghen hefft.’- W. J. Moerman

Hoe liep dit af? Zo rond 1600 maakte de toenmalige Vrouwe van Urk, Barbara van Essesteyn, een eind aan het gevaarlijke kerkbezoek. Zij faciliteerde de bouw van een nieuwe kerk, vermoedelijk op dezelfde plek waar sinds 1786  het Kerkje aan de Zee te vinden is. Uit dank plaatsten de gelovigen een beeld van de Vrouwe in de kerk (wat zou daar tijdens de Reformatie mee gebeurd zijn?). De klok werd uit de opslag gehaald en opgehangen in de klokkentoren. Ze beierde er weer lustig op los. Ook twee kandelaren uit de kapel van Espelo kregen op de nieuwe locatie een prominente plek.

De overgegoten klok van de kapel van Espelo, tot op de dag van vandaag actief als klok van het Kerkje aan de Zee (foto Kerkfotografie.nl)

Op los zand

Waarom vinden we Espelo niet op archeologische kaarten terug? In tegenstelling tot dorpen als Naghele en Emelweert viel het gebied van Espelo buiten de Noordoostpolder, waar het archeologische onderzoek zich op richt. Op de Vormt is tijdens de inpoldering veel gebaggerd waardoor sporen zijn uitgewist. De natuur deed de rest: de talloze stormen die het gebied ook na 1570 teisterden zorgden voor voortdurende herschikking van land en zeebodem. Beweringen over de locatie van Espelo hangen tot nu toe als los zand aan elkaar.

Blijft Espelo in nevelen gehuld? Fungeert het als Urks mythische Atlantis, een prachtig verhaal maar zonder een splintertje bewijs? Of kunnen we misschien toch nog iets verwachten van het onderzoek van Stichting Urker Uitgaven? De snorkelaars denken al wel de kustlijn van Urk van rond 1250 onder water te kunnen traceren. En wie weet wordt op een heldere najaarsdag toch nog een stukje tufsteen of een bijzondere scherf gevonden. Zodat we meer inzicht krijgen in het roemruchte verleden van Espelo.

De klok van het Kerkje aan de Zee (overgegoten in de Jaren 30 van de vorige eeuw) is het belangrijkste voorwerp dat ons aan de geschiedenis van Espelo herinnert. Deze klok laat al ruim 460 jaar haar stem horen. Als u die hoort luiden, denk dan nog eens terug aan dat bijzondere plekje daar ergens op de Vormt, ooit gemarkeerd door een bijzondere kapel met groot houten kruis te vinden was.   

Meer lezen?

C. de Vries, Geschiedenis van het Eiland Urk (Kampen 1962)
A.J. Geurts, De geschiedenis van een eiland (Lelystad 2005)
S. Franke, Sagen en Legenden rond de Zuiderzee (Zutphen 1932)

Lucia de Vries

Dit verhaal verscheen als kortere editie in Botterneis, Jaargang 19, nummer 36, augustus 2022

Urk in de tropen

Een bezoekje aan tropisch eiland Urck? Een paar eeuwen geleden kon dat nog. Een prachtig eiland was het. In het oerwoud zwierven papagaaien en paradijsvogels, exotische vlinders, orchideeën, apen, koeskoes buideldieren en reuzenschildpadden. In de kleurrijke koraalriffen vond men scholen schorpioenvissen, tonijn en haaien.

Zo’n 12.000 km is het hemelsbreed van Urck, eiland in de Zuiderzee, naar Urck in de Stille Oceaan. Toch deelden de eilanden in de zeventiende en achtiende eeuw een gemeenschappelijke naam en een soortgelijke vorm. Maar daar hielden de overeenkomsten tussen de twee ovaalvormige eilanden mee op. Het Hollandse eiland Urck was verdeeld in een bewoond gedeelte en een relatief groot weideland. Het Indische Urck was een onbewoond eiland, bedekt met tropisch groen, waaronder peper-, kruidnagel- en nootmuskaatbomen.

Hoe kwam een tropisch eilandje aan de andere kant van de wereld aan de naam Urck?

Boven: Urck in de Zuiderzee zoals het in 1668 door landmeter Cornelis Koel werd getekend. Onder: Urck in de Stille Oceaan, nu Pulau Wor genaamd (bron: Amsterdams Archief / Google Earth)

Onlangs publiceerde Gert Jan Westhoff uit Genemuiden een interessant boek over ‘Heimwee eilanden’ als Urk. Op een kaart kwam hij de Oosterse eilanden Klein en Groot Geelmuiden tegen en wilde meer weten. Samen met zijn leerlingen, want Westhoff is ook leraar, deed hij onderzoek. Nadat het boek was verschenen stuurde Westhoff een mailtje naar de Stichting Erfgoed Urk. Of we interesse hadden in zijn onderzoek. Een paar dagen later zat ik bij hem in de huiskamer. Na het lezen van Westhoffs boek dook in het gedigitaliseerde VOC-archief. Langzaam maar zeker ontrafelde zich het mysterie van het tweede eiland Urck.

De platte aarde

Het verhaal begint, voor ons als Europeanen, in 1517, als de avontuurlijke Portugese zeevaarder Fernão Magalhães met vijf schepen Sevilla verlaat. De eigenzinnige avonturier heeft een uitzonderlijke missie: hij wil bewijzen dat de aarde rond is. Het kost hem grote moeite zeelui te vinden die zich niet laten weerhouden door hun angst van de ‘platte aarde’ af te vallen. Drie jaar later keert één schip met achttien overlevenden zwaargehavend terug. De missie heeft bewezen dat de aarde inderdaad rond is. Waar eerder de wereld eindigde liggen, zo vertellen de overlevenden, eilanden die rijk zijn aan specerijen.

Deze ‘specerijeilanden’ zijn de Molukken en Banda-eilanden. Tot in het midden van de 18e eeuw vormen zij de exclusieve bron voor peper, kruidnagel en nootmuskaat. Nederland wil een graantje, of korreltje, meepikken. In 1599 zeilt commandant Wijbrand van Warwijkck met zijn onderbevelhebber Jacob van Heemskerck op onderzoek uit.

Hoe kwam een tropisch eilandje aan de andere kant van de wereld aan de naam Urck?

Bij terugkomst vertelt Van Warwijkck over een vreemde vogel, de dodo, en over de natuurlijke schatkist die op de Indische eilanden is te vinden. In 1602 wordt de VOC opgericht, ‘s werelds grootste handelsonderneming ter wereld. Pieter Both, de eerste gouverneur-generaal van Indië, bouwt een fort in Jayakarta: Batavia. De eilandjes in de baai van Batavia krijgen stedennamen als Amsterdam, Enkhuizen en Middelburg.

Urk speelt een belangrijke rol in deze ontwikkeling. Amsterdam, de grootste thuishaven van de VOC, groeit uit tot internationaal handelscentrum. De handelsstromen concentreren zich op de Zuiderzee. Een verraderlijke zee, die zorgvuldig in kaart moet worden gebracht. Urk, met haar kerktoren en vuurboet, blijkt een cruciaal baken voor de spiegelretourschepen, galjoten en andere schepen die vanuit Amsterdam via Texel naar de specerijeneilanden varen. Als zeeschilder Willem van der Velde de Jonge rond 1665 door het val van Urk zeilt, maakt hij een tekening en noteert: ‘Hier moeten de zware schepen passeren die naar Teffel willen’.

Het is dankzij deze baken-functie dat Urk wordt beschermd door haar eigenaar, de stad Amsterdam. Een resolutie van de Staten van Holland concludeert in 1792 dat ‘die maar eenige kunde heeft van de route die de Schepen in Texel binnen vallende of derwaards gedestineerd moeten neemen, zal geredelyk moeten erkennen, dat dit Eyland boven alle contestatie onontbeerlyk is voor ’s Lands Navale Magt en generaale Commercie, de Oost-Indische Compagnie’.

Ook wordt Urk ingezet voor de verplichte quarantaine. VOC schepen liggen na terugkomst uit Azië twee weken in het Val van Urk, geheel afgesloten van de buitenwereld. Hier kan de bemanning worden gecontroleerd op mogelijke besmettelijke ziekten. Is iedereen gezond, dan kan het schip doorvaren naar Amsterdam, Hoorn of Enkhuizen.

Schatkamer-eilanden

Langzaam maar zeker brengt de VOC het gebied tussen de Indische en Stille Oceaan in kaart. De opvarenden van de spiegelretourschepen treffen een duizelingwekkend aantal koraaleilanden aan, sommige bewoond, anderen alleen rijk aan specerijen, exotische planten en dieren. Een voor een moeten ze er aan geloven: met een nieuwe Hollandse naam krijgen ze bekendheid als ‘heimwee eilanden’.

Een van de talloze koraaleilanden van Indonesie (foto Maurice Westrate, Flickr)

Wie zijn de bemanningsleden die de eer krijgen de koraaleilanden te vernoemen? Dankzij het gedigitaliseerde lijst van de opvarenden weten we dat in elk geval zestien Urkers zich aanmonsteren op een van de majestueuze VOC schepen. Daarnaast treffen we elf opvarenden met de achternaam Van Urk aan; zij hebben zich elders in de lage landen gevestigd.

Uit Urk monsteren Jan en Claas Ariaens zich aan, evenals eilandgenoten Cornelis Simonsz, Domis Cornelisz, Adriaan van Diepe(n), Florentius van Domsla en Jan van Urk. Een zekere Arnoldus schopt het tot oppermeester; de anderen werken als matroos, bosschieter oftewel kanonnier, soldaat, hooploper of lichtmatroos, timmerman of ‘jongen’. Ze varen op de schepen ‘Beverwijk’, ‘Catherina’, ‘Huis te Marquette’ en ‘Kasteel van Woerden’.

Van de zestien avonturiers vinden twee de dood als hun schip vergaat; negen andere Urkers komen op andere wijze te overlijden. Dit betekent dat van de zestien Urkers die hun geluk bij de VOC beproeven, slechts vijf levend terugkeren. Aan boord komen scheurbuik, malaria, beriberi, tyfus en dysenterie voor; gemiddeld overlijdt 20-25% van de zeelieden tijdens de lange reis naar het Oosten.

Een van de VOC-schepen, een galjoot, wordt naar Urk vernoemd. Het wordt in 1656 in Enkhuizen gebouwd en vergaat vijf jaar later op Formosa, het huidige Taiwan.

Toch verklaart dit niet hoe en wanneer een ovaalvormig koraaleiland in de Indische archipel naar Urk wordt vernoemd.

Galjoot ‘Friesland’, op een schilderij van Dirk Antoon Töpke (Collectie Zuiderzeemuseum)

De reis van Stippert

Westhoff gaat ervan uit dat we de vernoeming aan schipper Pieter Stippert hebben te danken. Stippert zeilt in 1687 met de Salland het eiland Halmahera rond. Dit eiland ligt tussen Celebes en de huidige provincie Papoea. Stippert zet het gebied letterlijk op de kaart. De eerste eilanden worden omgedoopt tot Ouwerkerke en Amstelveen. Medenblik, Volendam en Edam volgden. Vervolgens zijn Marken, Ens en Urck aan de beurt.

Afbeeldingen van Google Earth en oude zeekaart, bewerkt door Gert Jan Westhoff

Is het een Urker opvarende die de naam Urck suggereert? We weten het eigenlijk niet; tot nu toe zijn alleen scheepsregisters uit de achttiende eeuw gedigitaliseerd. Herinnerde Stippert zich het kleine strookje land waar hij langs zeilde toen hij vanuit Amsterdam over de Zuiderzee richting Texel voer? Of pakte hij er eenvoudigweg de ‘bosatlas’ van die tijd bij?

Wat we wel weten is dat sommige namen tot op de dag van vandaag worden gebruikt. Geelmuiden en Hasselt nog altijd op sommige kaarten te vinden. Urck werd nog lang in scheepsjournaals en biografieën genoemd. Bijvoorbeeld in de herinneringen van dominee en schoolopziener S. Roorda van Eysinga en de Zeemans-Gids van James Hornsburgh.

In de eerste helft van de vorige eeuw kregen Urck en andere heimwee-eilanden een nieuwe naam.  

Menselijk leed

Hoe vergaat het de ‘heimwee eilanden’ onder Hollands bewind? Niet bepaald voor de wind. Voor de eilandbewoners staat het VOC-tijdperk in het teken van uitbuiting, honger en conflict. Hun internationale kruidenhandel valt stil. De exclusieve afnemer is de VOC, niet bepaald niet een royale betaler. 

De plaatselijke bevolking van de zuidelijker gelegen Banda eilanden wordt in 1621 door Jan Pieterszoon Coen uitgemoord, en vervangen door slaafgemaakten uit Madagaskar en Indiërs. Geschat wordt dat de VOC tussen de 660.000 en ruim een miljoen mensen verhandelt of verscheept. Om specerijensmokkel tegen te gaan vernietigt de VOC vanaf 1650 alle kruidnagel-plantages die niet in Nederlandse handen zijn.

De specerijen die Nederland als koloniaal imperium koste wat kost in handen wilde hebben (foto Galei Ega, Wikipedia)

Dit menselijke leed blijft het eiland Urck bespaard, maar wellicht wordt het tropische speldenprikje op een andere manier geplunderd. De VOC handelt namelijk ook in exotische dieren. Kaketoes, papegaaien, apen en hertjes worden in het wild gevangen, ingescheept en in Europa verkocht.

Gelukkig komt steeds meer aandacht voor de duistere kant van Nederlands’ koloniale geschiedenis: de slavernij en de uitbuiting. Het verdriet van de Molukkers en de onrust van de Papoea’s is deels te verklaren uit de manier waarop onze staat met de Indische eilanden omging.

Urck heet nu Pulau Wor, het eiland Wor. Het was en is een eenzaam koraal-eilandje, dat af en toe bezoek krijgt van lokale families (wellicht om een netje uit te zetten) en van toeristen die komen duiken of snorkelen.

Gelukkig zorgen de eilandbewoners van de Indische archipel ervoor dat Pulau Wor wordt onderhouden en haar natuurpracht behoudt. Wie weet worden de rollen nog eens omgedraaid en vernoemt Urk het eiland. De Pulau Wor-straat, klinkt best goed.

Een eerdere versie van dit artikel verscheen in de kersteditie van Het Urkerland, 2020.

Zwemmen in spoor van Evert van Benthem

Korstiaan de Boer zwemt wekelijks tien kilometer. Hij popelt om aan de Overijsselse Merentocht mee te doen.
Korstiaan de Boer zwemt wekelijks tien kilometer. Hij popelt om aan de Overijsselse Merentocht mee te doen. | beeld Lucia de Vries

The Gangster of Love

Trilochan Shrestha was a hippie even before the word was invented

Lucia de Vries  October 12, 2018

When Nepal became a destination for overland travelers in the 1960s, one young man was ready: Trilochan Shrestha, probably Nepal’s first hippie. Born in 1945 as the oldest son to a wealthy Newar family, he grew up in Jhhochen where his aunt lived.

Continue reading

Drones to the rescue

Being taken for a ride

First published by Nepali Times
We need to better manage human-elephant conflict, understand the elephant’s value in the wild for the eco-system, and step away from exploiting them in captivity

Jan Schmidt-Burbach is an adviser at World Animal Protection (WAP) and recently completed a detailed study into the conditions of elephants used in tourism in Nepal and other parts of Asia. He spoke to Lucia de Vries about his findings. Continue reading

Feeling Groovy

Feeling groovy

Finding rare images of Kathmandu’s colourful hippie era

Relics of the hippie era in Kathmandu have been slowly erased by the passage of time, and whatever remained in Jochhen from that psychedelic period was brought down by last year’s earthquake.
One of the few hippie hangouts that is still intact on what used to be called Freak Street is Snowman Café. On a recent afternoon, it was packed with Nepali youngsters but none of them had any idea how the street got its name.

William smoking bong “I brought this bong from Kathmandu and used it for a while. It is basically a bamboo water pipe. It got me so stoned that I forgot what day of the week it was. So I gave it up.”

Continue reading

Walking the holy river

First published by Nepali Times
One man’s journey to trace the 160 or so traditional bathing places along the now-polluted river

Photo GOPEN RAI

When American researcher William Forbes recently surveyed some of the temples and ghats along the Bagmati River to see if they survived the earthquake, he was greeted with much enthusiasm at a small tirtha just north of Pashupatinath called Hatyamochan.

The smiling face was of social worker Rohit Limbu, who has made it his personal mission to preserve the temple. Limbu led restoration of an old well which is now being used as a sacred bathing spot for women during Rishi Panchami. “I dreamt about you the other night,” Limbu told Forbes. “You were one of the few people who believed in my dream, and look what happened.” Continue reading

War is the crime

First published by Nepali Times

Photographer Stephen Champion goes from covering war between men to war on nature

Photo Willemijn Van Kol

Where to go after the war is over? Many photographers and reporters are confronted with this question after documenting violent conflicts. For Sri Lanka-based British photographer Stephen Champion (above) the answer was obvious: to nature. Or more precisely, to the war being waged on nature in the island.

Stephen Champion was only 25 when he witnessed a man being torn to pieces by a bomb. He did not do what was expected of him: focus his camera and shoot. He crouched down and wept. Continue reading

Healing together

First published by Nepali Times
Religious organisations show solidarity with earthquake survivors
Lucia De Vries in RASUWA

HELPING TOGETHER: IRW officer Bilal Agmad Zargar (left) and LWF officer Chenyen Nekor (right), together with a volunteer hand over construction materials to Nirmala BK in Kalikasthan of Rasuwa.

A Muslim relief agency joining hands with a Christian organisation to help Buddhist earthquake survivors in a largely Hindu country may sound implausible but that is exactly what happened in Rasuwa earlier this month. Continue reading

Born to be free

First published by Nepali Times

Instead of riding them to observe wildlife, elephants themselves are now tourist attractions 
Lucia De Vries in CHITWAN

Photo Lena Quenard

Saraswati Kali enjoys her daily bath in the river.

Raj Kali is 42, and walks surprisingly fast and light-footedly along a forest track in the Amaltari buffer zone of Chitwan National Park. Her trunk sways as if it has a life of its own: Sniffing out edible greens, snapping the branches of acacia, and slipping it into her mouth while on the move. Her friend, Dibya Kali is 46, and follows close behind. Visitors are guided by naturalist Shambhu Mahato on a jungle walk to observe the rhinos wallowing in a muddy pool by the river. Continue reading

Brick by brick

First published by Nepali Times

How Sanogaun’s women are rebuilding better quake-resistant homes
Lucia De Vries

Pics: Paul Jeffrey

Sanogaun, a small Newar settlement on the southern fringes of Kathmandu was flattened by the earthquake last year. Now, the community is using an innovative technology to rebuild all its 49 homes so they are cheaper and resistant to future quakes.

The interlocking brick technique developed by Nepali inventor Gyanendra R Sthapit at the Habitech Center of the Asian Institute of Technology in Thailand combines the strengths of rammed earth and compressed blocks. It has been used in post-tsunami reconstruction in Thailand in 2008 and after Cyclone Nargis ravaged Burma in 2010 to build more than 1,000 homes, schools, and health clinics. In Bhutan, over 100 quake-proof houses and schools have been built using the technology. Continue reading

The belly of the beast

First publishd by The Kathmandu Post

The recent decision to phase out slaughter places in the Valley will not change the way animals are killed inhumanely across the countryThe belly of the beast

Een onmogelijk dilemma

First published by Trouw

Orgaanhandel | reportage | Nepal worstelt met zijn huidige transplantatiewet. Die is te strikt en houdt daardoor de illegale orgaanhandel in stand, zeggen experts.

Hoe koop je een nier? Met wat valse documenten kom je een heel eind. Dat leerde Nepalees Sarju Shrestha, illustrator en kunstenaar, toen zijn schoonvader vorig jaar begon te sukkelen met zijn nieren. Continue reading

The birdman of Gadhimai

First published by Republica

Among the many disturbing images of the animal sacrifices at the Gadhimai festival that took place in November 2014, there was one that stood out. It is that of a young man standing in a large field littered with buffalo heads and corpses, holding up a banner. The banner says ‘Windows of Choice’ and shows pictures of animals, both loved and abused. On the man’s shoulder sits a young, white pigeon, perched firmly, as if holding on for its life.

The image was uploaded on Facebook and went viral. Campaigners drew strength from the lone crusader and the surviving white bird. The unknown campaigner became known as ‘The bird man of Gadhimai’. Continue reading

Circumambulating with Swayambu Billy

First published by Nepali Times
On the trails of Gunadhya with the yoga teacher who translated ‘Nepala-Mahatmya’

LUCIA DE VRIES

When yoga teacher William Forbes suffered a serious accident in 1985, some predicted he might never walk again but fate had something else in store for the American iconoclast better known as ‘Swayambu Billy’.Forbes came to Nepal in 1970, and like many of his contemporaries, took the long road to Kathmandu overland on the hippie trail. The young adventurer flew to Luxembourg, where he bought a Volkswagen van, crashed it in Morocco and continued by local buses, travelling through Turkey, Afghanistan, Pakistan and India. His wife, Susan Burns followed a few years later. Continue reading

Get off that elephant back

Photo Lucia de Vries

Exploring Nepal’s wilderness on the back of an elephant seems like a perfect way to spend the holidays. In bygone eras only aristocrats and kings had access to elephant safaris, mostly organized for hunting. Nowadays any tourist can afford to mount one of the 45 privately owned elephants in Sauraha, the main tourist hub of Chitwan National Park. After the jungle safari one can opt to bath the elephant in the river. With the jumbo splashing water on the tourists standing on its back, that seems a lot of fun too.

Continue reading

Vrouwen zijn de motor achter wederopbouw van Nepal

First piblished by Trouw

Vandaag werd in Nepal de aardbeving officieel herdacht. Op het moment dat de Nepalese premier een krans legde bij de Dharahara-toren, waar veel mensen om het leven kwamen, versjouwden Sunita Tamang en Srijana Maharjan gezamenlijk een partij modder. Ze droegen rubber handschoenen, veiligheidshelmen en stofmaskers. Samen met zo’n dertig andere vrouwen restaureren Sunita en Srijana een waterreservoir in hun dorp Dakchhinkali.

Continue reading

Nepal: Door blokkade van de grens met India dreigt een humanitaire ramp — ‘Tweede aardbeving’ treft Nepal in het hart

First published by Het Parool

Nepal lijdt onder een politieke crisis die wel ‘de tweede aardbeving’ wordt genoemd. De impact van een wegblokkade door oppositiegroepen in het zuiden van het land, is volgens economen nu al erger dan die van de aardbeving die Nepal eerder dit jaar trof. Voedsel, bouwmaterialen en benzine komen het land maar mondjesmaat in. De steun, toegezegd door overheid en hulporganisaties, zal veel slachtoffers daardoor dit jaar niet bereiken.

Continue reading

Kinderhandelaars slaan toe in Nepal na de aardbeving

First published by Trouw

Een maand na de aardbeving die Nepal eind april trof, arriveerde een groep mensen in een afgelegen dorp in de grensstreek met Tibet. Ze spraken over ‘De Meester’ en ‘De Liefde’ en waren op zoek naar weeskinderen. In hun tehuis zouden ouderloze kinderen goed eten en onderwijs krijgen. Twee jongetjes van 5 en 7 jaar werden opgespoord. Omdat beide ouders waren omgekomen leek het de beste oplossing hen met de onbekenden mee te geven.

Continue reading

Nepal krijgt miljarden van de wereld

First published by Trouw

Wie dat geld verantwoord gaat uitgeven is onduidelijk. Internationale hulporganisaties niet betrokken bij herstelplan.

Op de internationale donorconferentie die gisteren in Kathmandu plaatsvond, werden twee dingen duidelijk: Nepal heeft minimaal vijf jaar nodig om de aardbeving van 25 mei te boven te komen, en het Himalayaland weet zich in de donorgemeenschap goed te verkopen. Maar hoe en door wie de toegezegde miljarden op een verantwoorde manier gaan worden uitgegeven, is vooralsnog een raadsel. De internationale hulporganisaties waren niet uitgenodigd. Continue reading

Sujal troost Sandip (12) die zijn been heeft gebroken

First published by Trouw

Traumacentrum Kathmandu bergt slachtoffers. Vrijwilliger Sujal Tundakar helpt.

Na een uur rondrennen neemt Sujal Tundakar de tijd om op adem te komen. “De verhalen zijn het moeilijkst”, zegt de stoere marketingmanager, gekleed in zwart T-shirt dat de talloze tattoos op zijn onderarmen vrij laat. “Ze zijn stuk voor stuk verdrietig. En dan te bedenken dat ze het topje van de ijsberg zijn.”
Continue reading

Kathmandu probeert de regie te krijgen

First published by Trouw

Vertrouwen in overheid is laatste dagen hard gedaald

LUCIA DE VRIES 2 mei 2015, 2:46
“De regering? Daar wil ik niet over praten!” De ogen van Hira Kumari Bhandari, een jonge moeder uit Sindhulpalchok, spatten vuur als haar mening over de Nepalese overheid wordt gevraagd. “In mijn dorp ligt een man onder het puin. Van zaterdag tot donderdag riep hij om hulp. Niemand kwam ons helpen. Sinds vanochtend is hij stil. De regering heeft geen enkele belangstelling voor de ongeletterden in de dorpen. Ze gebruiken ons alleen om verkozen te worden en hun zakken te vullen.”

Continue reading

Hemanta’s home in the wild

First published by Nepali Times

One of Nepal’s foremost tiger and rhino conservationist, Hemanta Mishra began his career in 1967 as part of the government’s pioneering team that created Chitwan National Park in 1973. He then went on to help establish a network of protected areas in the Tarai and the Himalayas. In 1987, the native of Kupondole was awarded the prestigious J Paul Getty Conservation Prize for his outstanding efforts in protecting the country’s endangered species.

Mishra, who has a PhD in natural resource management from the University of Edinburgh, joined the World Bank in Washington DC as an environmental specialist in 1992. A decade later, he moved to Manila to work with the Asian Development Bank. He also did a teaching stint at George Mason University in DC. The author of The Soul of the Rhino (2008) and The Bones of the Tiger (2010), Hemanta’s next book, Nepal’s Chitwan National Park – a Hand Book, is scheduled for publication in April.

Continue reading

Working elephants rise up, you have nothing to lose but your chains

First published by Nepali Times

Man Kali is a 35-year-old working elephant in Chitwan. She and her two off-spring, eight-year old Prakriti Kali and seven-month old Hem Gaj, recently became Nepal’s first working elephants to be rehabilitated in a chain-free pen.

The enclosure in Chitwan houses six elephants, ranging in age from seven months to over 70. All of the pachyderms here used to be chained with their front legs hobbled together, preventing natural posturing or healthy physical activity. The corral also had a fence that administered a mild electric shock upon contact. It has since been replaced with a solar-powered fence that transmits a clicking sound. The elephants naturally avoid the fence because their ears are so sensitive.

Continue reading

Blood bricks

First published by Nepali Times

A network of social workers, environmentalists, child rights and animal rights advocates who form the BrickClean Network (BCN) have termed traditional bricks ‘Blood Bricks’. They say the industry is one of Nepal’s ‘dirtiest little secrets’ and are lobbying responsible citizens to opt for clean and green bricks.

The kilns exploit the most desperate people, thousands of children mould bricks or work as donkey handlers. “Each time I visit a brick factory I am outraged,” says Pramada Shah, activist with Animal Nepal. “The mules and donkeys are almost always overloaded, underfed, and made to work even when they are sick or pregnant.”

Continue reading

An elephant is not a machine

First published by Protect all Wildlife

A very important report by Animal Nepal looking at Elephant trekking in Nepal. Its results show the conditions that Elephants must endure for the Elephant trekking business – and has relevance to all countries that practice Elephant trekking. Care for the Wild part-funded this report. Take a look below and click on the links to read the full report.

Animal Nepal published the important outcomes of a detailed survey into the welfare conditions of safari Elephants in Sauraha, Chitwan, called An Elephant Is Not A Machine. The survey of 42 privately owned ‘safari Elephant’ in Sauraha learns that their welfare is greatly compromised.

Continue reading

Blaming it on the birds is foul

First published by The Kathmandu Post

Animal Nepal’s animal sanctuary is located on the banks of Bagmati River, at Chobar. Our neighbour is a makeshift farm rearing pigs and ducks. A little further away there are three pig farms which also farm ducks or chicken. The animals either roam freely in a heavily contaminated area or are kept in extremely dirty sheds. The question in our view is not if bird and swine flu will hit these farms, but when.

Continue reading

Through our eyes

First published by Nepali Times

Just a few minutes into Narbahadur’s film the audience gasps. After four days of walking the 18-year-old former child soldier arrives home in a remote part of Humla district. He has warned the viewers: ‘There is nothing in my village.’ But they are unprepared for the images of grinding poverty in the young filmmaker’s home: malnourished sisters swatting flies, an emaciated mother, and his grey-haired father, a blacksmith who is going blind.

Narbahadur’s film, My Sun Rise, is part of the Through Our Eyes trilogy produced by three teenagers who joined the Maoists when they were only twelve. Like Narbahadur (back centre, pic), Sukmaya (centre) comes from a Dalit background, and as a child was painfully aware of the fact that she was ‘at the bottom and always the last’.

Continue reading

Green bricks

First published by Nepali Times

The Kathmandu Valley’s smog owes much to the highly polluting brick kilns that dot its southern expanses. What’s worse, the smoke billowing out of these towers obscures the terrible conditions in which its workers – including many children and donkeys – slave for minimal reward. These are the victims of the capital’s housing boom.

It’s time we moved away from ‘blood bricks’. This may be possible now, as Animal Nepal’s award to Indra Tuladhar of Bungamati Itha Udyog last week indicated. Tuladhar was honoured for producing ‘clean and green’ bricks using Chinese technology, and the animal welfare organisation hopes other brick producers will follow suit to reduce pollution and stop the exploitation of kids and animals.

Continue reading

Ban Blood Bricks

First published by The Kathmandu Post and Asia News Network

By PRAMADA SHAH and LUCIA DE VRIES

Two weeks ago the Animal Nepal rescued a blind working horse and her foal from a brick kiln in Harasiddi, Lalitpur. They were skin and bones. We named them Shakti and Mukti. The rescue again reminds us of the importance of advocating against brick factories that abuse people, animals and the environment. On World Animal Day today, we invite the public to join a consumer campaign to ban ‘blood bricks’.

Continue reading

Yes, E-bikes!

First published by Nepali Times

When my Hero Honda Splendor bike got stolen last year, I felt a deep sense of loss. The Honda had grown on me like no other bike had before. The bike (re-baptised as ‘Heroine Honda’) took me to remote destinations inside the Kathmandu Valley, opening my eyes once more to the beauty of this place we live in.

Buying a new Honda did not seem like a good idea. Valley bikes get stolen at the rate of 140 a day. Queuing for petrol for hours no longer appealed to me. So instead I decided to find an e-bike: the Foton TDP33ZWG, fresh from Zhucheng, China. It somehow reminded me of a centaur. The bike’s front looked feminine, with a cute white basket and a scooter-like dashboard. It had an extended back part, with a solid battery compartment and tool box under a comfortable seat, and a sturdy back seat. I did not even take a test drive. Just paid and drove off.

Continue reading

Dana’s gift

First published by Nepali Times

Yesterday I heard the news: Dana had died. She probably died the way we knew she would go, on a cold winter day, on the street, unwashed, staring at occasional passers-by with her unwavering dark eyes until they became uncomfortable and left her to die.

A train of memories. Her first appearance in my Patan neighbourhood. One day a well built, barely dressed person collapses in front of my two-storey house, face down in the mud. When the person is still there some hours later, in the same position, I start to worry. “Dai, please wake up!” I call and shake the foul smelling body.

Continue reading

Laughter-saughter

First published by Nepali Times

The first time I came across a jingle word, a fast growing phenomenon in the Nepalese language, I was in a taxi. The driver hailed from Dapakhel and I asked him what his village was like. Dapakhel was something out of this world, he explained, as from there one can see ‘Airport sairport’. I thought I misunderstood the last bit, and asked him to repeat. At night, from his house, the driver said, one can see all the lights of ‘airport sairport’. I asked him for the meaning of sairport; he merely shrugged his shoulders.

Continue reading

Donkey in the back

Night was falling when I drove Animal Nepal’s rickety ambulance towards the Donkey Sanctuary. A man on a motorbike passed the car and looked inside. His face froze; he decreased his speed. Soon he drove along the ambulance, glancing inside.

The man was not eve teasing. He was looking at the patient in the back of the car, an adult white donkey, positioned rather uncomfortable in the tiny car. The donkey’s head partly stuck outside the window, her nostrils flaring. Once in a while she tried to reach me with her nose, as if to say, ‘please take me out of here.’

 

Continue reading

Picturing war

First published by Nepali Times.

War is hard to capture. The heart of war is a schizophrenic place where extremes of love and hate, heaven and hell, touch and ignite each other.

Few photographers can capture this. But when they do the image is never forgotten and sometimes even change the course of history. A little Vietnamese girl, naked, fleeing a napalm attack, the soldier in the Spanish civil war caught at the moment of his death, Saddam’s teetering statue or prisoners being tortured at Abu Gharib, these images lie buried in our minds and hearts and have become part of humanity’s common consciousness.

Continue reading

Little Heroes

First published by Nepali Times

When Pabitra Tamang’s parents found out she was suffering from a life-threatening disease called a-plastic anaemia, they took a desperate decision: they left their jobs as daily labourers to take care of five-year-old Pabitra and her two sisters.

With no money to pay the rent, the landlord threatened to throw them out of their tiny Bhaktapur room. All three children left school and moved into the hospital, much to the chagrin of the medical staff. Only Pabitra kept smiling: she loved the extra attention and her chance to visit the hospital’s playroom.

Continue reading

Final farewell in a distant land

First published by Knack. Published in English by Nepali Times and in Nepali by Himal Khabar.

How did a popular university graduate from Myagdi end up jumping off a bridge in Belgium? 

On a cold December afternoon Prem Prasad Subedi, aged 32, climbed onto the railing of the Muide Bridge in the town of Gent. While cars sped past on the frozen asphalt, he jumped into the dark waters of the harbour below. Someone screamed. A passing boat threw a life buoy, he did not take it.

It took divers from the Gent Fire Brigade two days to retrieve Prem Prasad’s body. Police found his landlord’s address in his pocket. The Nepali Embassy was informed, and it says the information was passed on to the Home Ministry in Kathmandu.

Continue reading

Kathmandu’s street cattle

First published by Nepali Times.

Mahatma Gandhi once said, “The greatness of a nation and its moral progress can be judged by the way its animals are treated.” By that yardstick, Nepal lags behind in greatness. In fact, there is almost a total absence of animal welfare in the country. The worst problem is that of wandering cattle injured in road accidents in Kathmandu’s streets. For all the reverence, the fate of a fatally injured cow is unholy.

Continue reading

How to name a revolution?

First published by Nepal Times.

Epic moments, never to be forgotten. Thousands of people marching around the capital, waving green leaves, defying tanks and machineguns. Worn out, yet their spirits soaring. We might never know exactly how many people left the safety of their homes, braved injuries, hunger, thirst and possibly death, in order to establish a truer, safer and more inclusive society. But those who did and those who witnessed, will never be the same again.

Image by REUTERS/Navesh Chitrakar

Continue reading

Jong zijn in Nepal

First published by Onze Wereld.  Also published by Landenreeks Nepal, Amsterdam: KIT.

Het is donderdag en bijna donker. De straatjes die naar de Banglamukhi tempel in het hart van Patan leiden, een oude koningsstad vlakbij de hoofdstad Kathmandu, zitten tjokvol. Jonge stelletjes op Suzuki motoren navigeren via de eeuwenoude toegangsweggetjes naar het tempelcomplex. Donderdag is de dag om de godin Banglamukhi te vereren. Die is verantwoordelijk voor het liefdesleven van haar gelovigen, wat met name jongeren van heinde en ver naar de tempel doet komen. De Banglamukhi tempel staat symbool voor zowel de oude als de nieuwe cultuur in het snel veranderende Nepal.

Continue reading

Chaithuri

First published in Mountain Bound.

Image by Steam Community

The sun touched the crowns of the pine trees when Chandra returned to his village. It was Spring, the skies were clear. In the distance the snow-capped Himalaya shone like queens. It was half past eight, time for the Brahmin priest to wind up the daily rituals in the temple, a simple whitewashed structure containing a few holy stones representing Shiva. Most of the women were busy collecting water and preparing food. A few children were already on their way to school, some dressed in a neat uniform, others in tattered blue clothes, saved by numerous rounds of stitching. The headmaster opened the school gates and was about to enter the teachers’ office when he paused. From below, from the steep valley embracing the mighty Kali Gandaki River, three gunshots roared.

Continue reading

Chandra’s story

First published by Nepali Times. Full story published in Mountain Bound

It was a picture-perfect day. The snow mountains to the north were shining, and the Kali Gandaki flowed placidly at the bottom of the steep valley. Children, some in neat uniforms and others in tattered blue tunics were on their way to school. The women were busy collecting water, Saraswati had a doko on her back and was on her way to her field. Then, three gunshots.

Two weeks after Chandra’s death, villagers look away when his name is mentioned. His sister Laxmi and sister-in-law Nila bury their heads and cannot speak. Nila hasn’t been able to inform her husband, who works overseas, about his brother’s death. “He’s got many problems of his own, the news would only make him worry.” The security forces come by often, interrogating and sometimes beating family members of Maoists, and going through their things. “We can’t even show you Chandra’s pictures,” says Nila. “We burnt them the day he died.”

Continue reading

Get off that elephant back

First published by World Animal Protection

Exploring Nepal’s wilderness on the back of an elephant seems like a perfect way to spend the holidays. In bygone eras only aristocrats and kings had access to elephant safaris, mostly organized for hunting. Nowadays any tourist can afford to mount one of the 45 privately owned elephants in Sauraha, the main tourist hub of Chitwan National Park. After the jungle safari one can opt to bath the elephant in the river. With the jumbo splashing water on the tourists standing on its back, that seems a lot of fun too.

However, with mass tourism coming to the national parks, and the absence of welfare rules, the conditions of Nepal’s working elephants have severely deteriorated[1].

Continue reading

A poisoned plan

First published by The Kathmandu Post

Pramada Shah and Lucia de Vries, volunteer directors, at Animal Nepal, expose the regular poisoning campaigns by local governments in Republica. “Betraying our canine companions by feeding them poisoned meat is an example of unmatched cruelty,” they write.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Earlier this month our friend Urmila woke up when her dog started running around and twitching uncontrollably. He soon developed epileptic attacks and started vomiting. Urmila realised her beloved pet had been poisoned, ran out into the street to find a taxi and called the vet.

Continue reading

Beast of Burden

First published in The Kathmandu Post

Lulu, a malnourished working donkey, died last week night at our shelter. She died from colic, a disease that is mostly caused by eating plastic, often fatal in equines. Today, on World Animal Day, I wonder what Lulu’s life must have looked like. What is it like being a common Nepali donkey, employed in one of the country’s countless brick kilns?

The first thing Lulu must have experienced on this earth is dust. Dust marks the lives of working equines in Asia, home of half of the world’s 50 million working donkeys. Nepal’s working equines (horses, donkeys and mules) have never been counted, but 100.000 is a fair guess.

Continue reading